
Het oude hotel Vlietlaan
HistorieBUSSUM - Petrus Adrianus Jurrissen kocht in september 1879 een groot perceel op de hoek van de Generaal de la Reijlaan (destijds nog Stationsweg geheten) en de Vlietlaan. Hij liet er een groot hotel bouwen, dat op 1 mei 1880 zijn deuren opende.
door Eric Bor
Direct al in het eerste jaar bracht Jurrissen zijn hotel onder de aandacht door het organiseren van een muziekuitvoering, twee toneelvoorstellingen en een biljartwedstrijd. Tal van verenigingen hielden hun vergaderingen in het hotel. Er vonden ook vaak aanbestedingen, verkoopbijeenkomsten en veilingen van onroerend goed plaats. Hotel Nieuw Bussum aan de overkant van het spoor kreeg daarmee een geduchte concurrent.
Overlijden Jurrissen
Jurrissen deed de exploitatie van het hotel wegens ziekte per 1 mei 1888 over aan M. Krabbé. Jurrissen overleed in september 1888 en zijn erfgenamen zetten het hotel een jaar later te koop. In de advertentie voor de veiling staan enkele interessante gegevens. Het hotel had een koetshuis en een stalling voor 16 paarden, een open plaats en een grote tuin. De oppervlakte van het terrein was 25 are en 86 centiare, dus bijna 2600 m2. Het hotel werd gekocht door de wijnhandelaar Cornelis van den Berg.
Johannes Koderitsch
Vanaf 1890 werd het hotel enkele jaren geëxploiteerd door Theo A. van Tellingen. Na diens vertrek liet eigenaar Van den Berg het hotel verbouwen. Onder meer de warmwatervoorziening werd verbeterd. De 26-jarige Johannes Andreas Ferdinand Koderitsch uit Alkmaar was vervolgens de nieuwe exploitant van hotel Vlietlaan. Hij organiseerde jaarlijks zes (abonnements-)zomerconcerten, die in de grote tuin naast en achter het hotel plaatsvonden. Tijdens deze concerten trad jarenlang de Stafmuziek van het Vijfde Regiment Infanterie uit Amersfoort o.l.v. G.K.G. van Aken op, die een verrassend gevarieerd repertoire ten gehore bracht. Daar kwam doorgaans veel publiek op af: mensen die geen plaats vonden in de tuin bleven op straat staan luisteren.
Activiteiten
De gasten van het hotel waren vaak gezinnen die hun vakantie in Bussum doorbrachten, maar ook handelaren die enkele dagen in Bussum verbleven. Ook mensen die wachtten op het gereedkomen of beschikbaar komen van hun huis verbleven vaak enkele weken of maanden in het hotel.
Naast de gebruikelijke bijeenkomsten van verenigingen, aanbestedingen, verkoopbijeenkomsten en veilingen van onroerend goed toonden ook modehuizen uit Amsterdam en Hilversum in toenemende mate hun collecties in hotel Vlietlaan, soms in de etalages en soms in de grote zaal. Nu en dan waren er tentoonstellingen van bloemen en planten en muziekconcoursen.
J. de Boer
Begin 1905 verliet Koderitsch het hotel. De nieuwe exploitant was J. de Boer. In 1906 verkocht eigenaar Van den Berg het hotel aan de firma Schmidt en Janszen, gevestigd in Rotterdam. De exploitant bleef J. de Boer. Er vonden opvallend veel minder veilingen plaats, maar er waren wel nog steeds aanbestedingen en vergaderingen van talrijke verenigingen. Ook de vergaderingen die leidden tot de oprichting van de Gooische HBS vonden vanaf 1908 in hotel Vlietlaan plaats.
Everardus Oosterwijk
In 1911 eindigde de exploitatie door De Boer en werd het hotel gekocht door de 42-jarige Everardus Hermanus Oosterwijk uit Den Haag. Oosterwijk trok met zijn gezin in de bij het hotel behorende woning Vlietlaan 26, die Johannes Koderitsch eerder ook gebruikte. Oosterwijk liet in 1914 een verbouwing van onder meer de keuken uitvoeren. Vanaf 1917 organiseerde hij veel meer tuinconcerten: van 1 juli tot en met 31 augustus waren er dagelijks twee. In augustus 1919 hield Oosterwijk het voor gezien. De omzet van het hotel was teruggelopen doordat het aantal mensen dat hun vakantie in Bussum doorbracht flink was gedaald. De toeristenstroom ging meer en meer in de richting van de Noordzeekust.
Barend Juda van Amerongen
Op 20 augustus 1919 werd hotel Vlietlaan in zes percelen geveild. Vijf percelen betroffen de tuin en het zesde het hotel en de kegelbaan. Het hotel werd eigendom van makelaar Gerrit Bouwman. Hij trachtte het te verkopen, maar dat lukte niet. In 1921 kocht slager/speculant Jan Griffioen het hotel onderhands. Hij verhuurde de benedenverdieping aan Barend Juda van Amerongen en de twintig ruime slaapkamers op de bovenverdieping aan kleine gezinnen die een woning zochten. Van Amerongen prees zijn ‘Lokaal van Publieke Verkoopingen’ aan als gelegenheid voor verkoop van meubilaire en koopmansgoederen, het houden van uitverkoop of afzonderlijke veilingen. Hij gebruikte voornamelijk de grote zaal en het lukte hem voor de andere delen van de royale benedenverdieping onderhuurders te vinden.
Bouwplannen
Het aanzien van het voormalige hotel, waarin rond 1925 een veilinghuis, een makelaarskantoor en een rijwielstalling gevestigd waren, verloederde en de woonomstandigheden van de gezinnen in de voormalige hotelkamers waren langzamerhand niet meer acceptabel. In november 1927 kwam het verlossende bericht dat het vervallen hotel zou worden afgebroken, waarna op hetzelfde terrein een hotel met garage en drie winkelhuizen zouden verrijzen. De afbraak volgde in 1928.
Het tweede hotel Vlietlaan komt in een volgende aflevering van deze rubriek ter sprake.
Bronnen: talrijke kranten uit de periode 1879-1928; persoons- en kadastergegevens uit het Archief Gooi en Vechtstreek.










