
Je t’aime à la folie
MensenHoe begin je aan de laatste column van een van de meest gelezen stukjes in een regionaal krantje van Nederland, geschreven vol passie door een woordkunstenaar van de bovenste plank? Waarvan je weet dat je nooit aan hem zal kunnen tippen. Ik weet het niet, maar ik doe een dappere poging omdat mijn (onze) vader weet dat ik dat aan hem heb beloofd.
Papa was nooit uitgeschreven of uitgepraat, had áltijd wel wat te vertellen en als er in zeldzame gevallen niks te schrijven viel, dan schreef hij toch gewoon een stukje over een van zijn (klein)kinderen omdat hij ‘opa troep’ was. Want o, wat was deze man trots op zijn kinderen en kleinkinderen; dat heeft hij ons gelukkig ook heel veel keren verteld en laten blijken. Die trots en bewondering waren niet alleen voor zijn ‘echte’ kinderen, ook op zijn stiefkleinkinderen was hij apetrots toen ze nog in Bussum woonden.
Buurmeisje
Maar vooral was hij trots op zijn lieve vriendinnetje Jaeda, het buurmeisje van zijn goede vriendin, bij wie hij zijn dagelijkse fietstochten van gemiddeld veertig kilometer per dag (ja serieus, op een echte fiets en niet zo’n ‘ouwe lullen’-fiets met elektrische ondersteuning én dat met zijn bijna 75 jaar zijn hè?!) afsloot met een kopje thee en een puzzeltje uit de krant voor hij weer naar huis ging. Jaeda heeft mijn vaders hart gestolen omdat hij zo veel ontzag en bewondering had voor het meisje van precies 4 jaar, terwijl ze lijdt aan een verschrikkelijke ziekte met de naam LCH. Ze is onder behandeling bij het Prinses Máxima Centrum waar zij de meest vreselijke en nare therapie krijgt, daar haar prachtige haar van verliest en zich daar enorm beroerd van kan voelen, maar toch blijft lachen!
De veerkracht van dit meisje én haar familie, die ondanks zoiets oneerlijks als een kindje dat zo ziek moet worden, nog kan lachen, spelen, vrolijk en lief kan blijven: dat vond hij allemachtig knap en had hij intens diep respect voor, omdat je zo machteloos bent als iemand ziek of niet gelukkig is. En papa vond bijna niks erger in de wereld dan zich machteloos voelen, behalve misschien doodgaan, want dat was toch wel echt zijn ergste nachtmerrie. Daarover spraken we niet, want als je het er niet over hebt, dan is het er niet, was zo’n beetje zijn motto.
Helaas is zijn nachtmerrie toch uitgekomen, maar zijn we dankbaar dat hij er gelukkig niks van heeft gemerkt. Zomaar, zonder aanleiding, is zijn enorm grote en warme hart gestopt en heeft hij dit, maar ook wij en alle andere mensen van Bussum en omstreken, niet zien aankomen. Wij halen dan ook onze kracht maar uit de gedachte dat hem een hoop ellende bespaard is gebleven, met mogelijke lijdenswegen van ziektebedden, eindigen in een rolstoel, nooit meer zijn geliefde fietstochtjes maken en dat soort horror. Papa heeft tot het laatste moment alles nog kunnen doen wat hij het liefste deed en veel mensen hebben hem ook nog ‘pas’ gezien.
Hij heeft wat kunnen betekenen voor mensen die hem nodig hadden en hij hoefde zich daardoor niet machteloos te voelen. Papa stelde dan ook zelden de open vraag aan iemand: hoe gaat het met je? Want dan kon er zomaar een antwoord komen dat hij niet wilde horen. In plaats daarvan zei hij: je voelt je goed hè?! Zie dan nog maar eens een ‘nee’ over je lippen te krijgen, dus liet je het gaan, want zo was Gérard. Je wist ook dat als je iets nodig had of hij kon écht iets voor je betekenen in praktische zin, zoals boodschappen doen of je ergens naartoe brengen, dan deed hij dat voor je.
Beste trouwe lezers, ik zou pagina’s vol kunnen typen met nog zoveel meer over deze prachtige, bijzondere en geweldige man, maar dan zou Gérariteiten geen Gérariteiten zijn, want dat was altijd eigenlijk veel te kort, dus ook deze aller-, aller-, allerlaatste. Het zal stil zijn in Bussum en verre omstreken!
We love you in de blubber.







